Home Sparen Nieuws Prinsjesdag en de vitaliteitsregeling, de levensloopregeling en de spaarloonregeling

Prinsjesdag en de vitaliteitsregeling, de levensloopregeling en de spaarloonregeling

Welke gevolgen heeft Prinsjesdag voor de vitaliteitsregeling, de levensloopregeling en de spaarloonregeling. De maatregel van het kabinet is dat de levensloopregeling en spaarloonregeling worden vervangen door de vitaliteitsregeling.

  • Vitaliteitsregeling

Het kabinet wil dat elke burger, jonger dan 65 jaar, vanaf 1 januari 2013, gebruik kan maken van vitaliteitssparen. De burger kan dan kiezen voor storten op een daarvoor bestemde rekening bij een bank, een verzekering afsluiten bij een verzekeraar of een beleggingsrecht bij een beleggingsinstelling. Als hij voor een van deze mogelijkheden kiest kan de betaling voor de regeling in aftrek gebracht worden in box 1 van de inkomstenbelasting. Net als de aftrek voor lijfrentepremie. De regeling staat daarmee open voor zowel werknemers als zelfstandigen, met of zonder personeel. De vitaliteitsregeling is bedoeld om deze groep een financiële buffer te geven.

Bijvoorbeeld bij wisseling van baan of bij een gebrek aan opdrachten. Maar ook voor perioden van ouderschapsverlof of als inkomensaanvulling op (wettelijke) uitkeringen. Als voorbeelden worden deeltijdpensioen en het gebruik als aanvulling van het inkomen bij eerder stoppen met werken genoemd. De inleg is fiscaal aftrekbaar tot een jaarlijks bedrag van maximaal € 5.000, totdat een saldo is bereikt van € 20.000. Het saldo – inclusief rendement – wordt niet in box 3 belast, ook niet alshet saldo meer bedraagt dan € 20.000. De besteding van het saldo is geheel vrij. Er geldt dus geen blokkering.

Wel kent de regeling een beperking van het opneembare bedrag voor personen, die op 1 januari van het kalenderjaar 62 jaar of ouder zijn. Zij mogen per jaar maximaal € 10.000 opnemen. Het tegoed moet zijn opgenomen vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Neemt een oudere deelnemer meer dan € 10.000 per jaar op of bereikt de deelnemer de leeftijd van 65 jaar? Dan is het hele tegoed ineens belast in box 1. De regeling kent in deze situaties of bij tussentijdse gehele of gedeeltelijke opname -op welk moment dan ook- geen sancties. Opname is vrij maar wordt wel (weer) belast in box 1. Bij uitkering van (een deel van) het saldo houdt de uitvoerder standaard 42% loonheffing in en draagt die belasting vervolgens af aan de Belastingdienst. Bovendien renseigneert de uitvoerder jaarlijks het saldo en de inleg aan de Belastingdienst.

  • Afschaffen (en overgangsregeling) levensloopregeling

De levensloopregeling wordt met ingang van 1 januari 2012 afgeschaft. Er komt wel een overgangsregeling voor deelnemers die op 31 december 2011 een saldo van ten minste € 3.000 op de levensloop rekening hebben staan. Deze groep bouwt vanaf 1 januari 2012 echter geen nieuwe levensloopverlofkorting meer op. Indien u dus dit jaar nog een levenslooprekening opent en minimaal € 3.000 stort, valt u onder de overgangsregeling. Deelnemers met een tegoed lager dan € 3.000 kunnen het tegoed in 2012 opnemen of in 2013 onbelast doorstorten naar vitaliteitssparen.

  • Afschaffen spaarloonregeling

Inleg van spaarloon is met ingang van 1 januari 2012 niet meer mogelijk. Het opgebouwde spaartegoed kan volgens de toelichting in het jaar 2013 zonder fiscale gevolgen worden opgenomen. Maar de deelnemers kunnen er voor kiezen om de rekening geblokkeerd te houden volgens de bestaande regels. In 2016 (vier jaar na invoering van de overgangsregeling) is de spaarloonregeling dan uitgewerkt. De tegoeden blijven gedurende de blokkeringsperiode vrijgesteld in box 3. De vermindering van de jaarruimte voor lijfrente als gevolg van gedeblokkeerd spaarloon voor vrijwillig pensioensparen, vervalt per 1 januari 2012. De besparing die de afschaffing van spaarloon oplevert, dient in 2012 voor de financiering van de tijdelijk verlaagde overdrachtsbelasting en daarna voor de financiering van de vitaliteitsregeling.