Home Sparen Banksparen Banksparen Uitkeringsfase Bancaire Lijfrente

Banksparen Uitkeringsfase Bancaire Lijfrente

De uitkeringsvormen bij de bancaire lijfrente komen zoveel mogelijk overeen met de toegestane lijfrentevormen. Ook hierbij gaat het om vaste en gelijkmatige uitkeringen, waarbij het aantal beleggingseenheden in elk geval gelijk moet zijn. Door de koers mogen de vaste eenheden wel in euro's variëren. Omdat het echter een bankproduct betreft zijn er wel enkele afwijkingen ten opzichte van de lijfrentevormen ten aanzien van de duur. Een levenslange uitkering of 1% sterftekans komt men immers bij een bankproduct niet tegen.

Er zijn de volgende mogelijkheden:

  • Bij aanvang uitkering voor de AOW leeftijd: de periode tussen de eerste en de laatste termijn moet minimaal twintig jaar bedragen, vermeerderd met aantal jaren dat men bij aanvang van de uitkeringen jonger is dan de AOW leeftijd. Het betreft hier de bankspaarvariant van de levenslange oudedagslijfrente;
  • Bij aanvang na de AOW leeftijd: er moet minimaal 5 jaar worden uitgekeerd, waarbij het gezamenlijk bedrag aan uitkeringen per kalenderjaar niet meer dan € 21.142,- (voor 2015) mag bedragen. Wordt het jaarbedrag van € 21.142,- overschreden, dan geldt een minimale uitkeringsperiode van 20 jaar. Het betreft hier de bankspaarvariant van de tijdelijke oudedagslijfrente;
  • Bij overlijden: de uitkeringen moeten direct worden uitbetaald aan een natuurlijk persoon. Bij uitkeringen aan derden moeten de uitkeringen minimaal 5 jaar. Bij uitkeringen aan bloedverwanten of aanverwanten (in de rechte lijn of in de 2e of 3e graad van de zijlijn, zijnde familie) die ouder zijn dan 30 jaar, geldt een minimale uitkeringsduur van twintig jaar. Is de bloedverwant of aanverwant jonger dan 30 jaar (kinderen), dan geldt een minimale uitkeringsduur 5 jaar of maximaal het aantal jaren dat deze gerechtigde jonger is dan 30 jaar, of anders minimaal 20 jaar.