Home Lijfrente Soorten uitkeringen Nabestaandenlijfrente

Nabestaandenlijfrente

Bij een nabestaandenlijfrente moet de lijfrente toekomen aan een natuurlijk persoon en normaliter ingaan direct na het overlijden van de belastingplichtige of diens (ex-)partner. De uitkering in de lijfrenteverzekering kan tijdelijk zijn of levenslang. Komt de uitkering toe aan een bloedverwanten en aanverwanten, niet zijnde de (ex-)partner, in de rechte lijn of in de tweede of derde graad van de zijlijn, dan moet de uitkering eindigen of bij overlijden of op uiterlijk als de gerechtigde 30 jaar wordt.

ANW-uitkering

In dit laatste geval is een eis van een minimale sterftekans van 1% niet van toepassing. Het blijft een nabestaandenlijfrente als de termijnen niet direct ingaan na het overlijden maar kunnen worden doorgeschoven tot einde ANW-uitkering. Voor bancaire lijfrente gelden min of meer dezelfde voorwaarden, waarbij 1% sterftekans vertaald is naar 5 jaar voor de partner of een derde. Een vereiste levenslange uitkering is vertaald naar 20 jaar en geldt dus niet dat bij een ingangsdatum voor de AOW leeftijd de jaren voor AOW leeftijd meetellen.